Soms schrijf ik niet vanuit mijn hoofd, maar vanuit iets diepers. Alsof woorden vanzelf komen en ik alleen maar hoef mee te bewegen met wat doorgegeven wil worden. Dit was zo’n moment.
De laatste tijd houd ik me veel bezig met loslaten. Vooral als moeder. Misschien is dat wel één van de moeilijkste lessen die er bestaan: accepteren dat je kind haar eigen weg kiest, ook wanneer die weg heel anders voelt dan de jouwe.
Mijn dochter is zich steeds meer aan het verdiepen in haar geloof. Ik merk dat dat iets in mij raakt. Niet omdat ik haar geluk niet gun, integendeel. Ik zie dat het haar rust geeft. Richting. Verbinding. Minder eenzaamheid. Wanneer ze bidt, voelt ze zich dichter bij zichzelf en dichter bij God. Dat begrijp ik ergens ook wel.
En toch schuurt er iets.
Ik ben opgegroeid met een groot verlangen naar vrijheid. Vrijheid om zelf te denken, zelf te voelen en zelf keuzes te maken. Vooral als vrouw vind ik dat belangrijk. Daarom merk ik dat sterke overtuigingen of vaste systemen soms weerstand in mij oproepen. Niet alleen religie, maar alles wat mensen kleiner maakt dan ze werkelijk zijn.
Voor mij zit God niet in regels, angst of straf. God zit in liefde, bewustzijn, zachtheid en verbinding. Zonder hokjes. Zonder oordeel. Dat is hoe ik het voel.
Misschien komt mijn angst ook niet alleen voort uit het hier en nu.
Ik heb eerder meegemaakt hoe iemand die ik liefhad zichzelf langzaam verloor binnen overtuigingen en ideeën die eerst houvast leken te geven. Wat begon als richting en zingeving, veranderde uiteindelijk in verwijdering van zichzelf en van de mensen om hem heen. Die ervaring heeft diepe indruk op mij gemaakt.
Sindsdien ben ik gevoelig geworden voor alles wat voelt alsof iemand zichzelf weggeeft aan iets buiten zichzelf. Misschien verklaart dat ook waarom ik zo alert reageer wanneer iemand van wie ik houd zich volledig onderdompelt in een overtuiging.
Niet omdat ik liefde of spiritualiteit afwijs, maar omdat ik weet hoe kwetsbaar een mens kan zijn wanneer de verbinding met zichzelf langzaam vervaagt.
Wat me misschien nog wel het meeste pijn deed, was het gevoel dat mijn dochter verder van mij af kwam te staan. Alsof er ineens afstand ontstond waar vroeger vanzelfsprekendheid zat. Alsof ik haar een beetje kwijt was geraakt.
Maar tijdens het schrijven kwam er ook rust.
Misschien hoef ik niets op te lossen. Misschien hoef ik niet te trekken, niet te overtuigen en niet bang te zijn. Misschien is het enige wat ik hoef te doen: vertrouwen dat ieder mens zijn eigen levenslessen heeft.
Ik mag mijn mening hebben wanneer daarom gevraagd wordt. Ik mag trouw blijven aan wat voor mij waar voelt. Maar ik hoef haar pad niet over te nemen of te controleren.
Dat besef voelde bevrijdend.
Als moeder heb ik altijd geprobeerd mijn kinderen veiligheid, liefde en vrijheid mee te geven. En ergens komt er een moment waarop je moet accepteren dat jouw taak verandert. Niet omdat de liefde stopt, maar omdat kinderen hun eigen richting gaan zoeken.
Dat doet soms pijn.
Maar liefde is niet hetzelfde als vasthouden.
Dus misschien is loslaten geen verlies, maar een vorm van vertrouwen.
Vertrouwen dat wat echt verbonden is, altijd wel weer zijn weg terugvindt.
En die ene zin bleef hangen nadat ik klaar was met schrijven:
Let it go and see what stays.
Misschien zit daar wel alle wijsheid in.
Reactie plaatsen
Reacties